In de loop van dinsdag 17 april hadden de geallieerden zich stevig gevestigd in Wageningen, Bennekom, Ede, Lunteren en Otterlo. De Veluwe was grotendeels gezuiverd, de Duitse troepen trokken zich terug achter de Grebbelinie. Het voortdurend bewegende front van de geallieerden was tot stilstand gekomen.
Op woensdag 18 april begon met het hergroeperen van de troepen en het uitvoeren van verkenningen in het nog bezette gebied, De Klomp en Ederveen.
Evert van de Weerd vertelt:
De “Dukes” zonden een brenguncarrier patrouille naar De Klomp, de “Leicestershires” met ondersteuning van tanks en pioniers gingen op verkenning gingen naar Ederveen en Renswoude. Men rapporteerde goed verdedigde stellingen van de 83e SS Grenadier Regiment bij De Klomp.
Dezelfde dag werden de patrouilles weer teruggetrokken. De Klomp en Ederveen lagen feitelijk in een stuk niemandsland.
Geallieerde pantserwagens van het 49e verkenningsbataljon voerden verkenningen uit. Zo bereikte het 49e Recce Regiment op 17 april Renswoude via Daatselaar. Vervolgens trokken zij zich terug.
Vrijdag 20 april vertrok een sterke patrouille van de “Dukes”, ondersteund door een aantal tanks, naar De Klomp. In de nachtelijke uren van 22 april bezetten “De Dukes” Ederveen.
Op maandag 23 april startte de laatste grote geallieerde opmars met het doel zich zo dicht mogelijk bij de Grebbelinie te kunnen ingraven. In Ede circuleerden geruchten dat de Duitsers het dorp op de vierentwintigste zouden aanvallen. Op de avond van deze dag rukten de “Leicesterhires”, samen met een eskadron van de “Ontario” Divisie en de AVRE’s van de 79e Britse Pantser divisie op naar Renswoude.
Drie zwaar bewapend Duitsers van het “Harskamp” regiment namen de geallieerden onder vuur, ter noorden van Renswoude bij de Lunterse Beek. Twee werden gedood, de derde verzon het verhaal dat zij wilden overlopen in verband met te verfwachten schermutselingen. De Britten namen direct maatregelen. Het kruispunt Schras-Hoofdweg in Ederveen werd bezet. De Britten sommeerden de bewoners van de Kade hun woningen te verlaten in verband met mogelijke komende gevechtsacties.
Er werd gewacht op versterkingen uit Ede, echter die arriveerden pas na 03.00 uur omdat een Duitse tegenaanval op Ede werd verwacht. Daarentegen verwachtte de Duitse Kampcommandant in Veenendaal een Britse aanval en gelastte het Benedeneind en Boveneind te ontruimen. De Duitse generaal zou op het punt hebben gestaan geheel Veenendaal te ontruimden. In verband met de ontstane chaos werd een Britse eenheid uit Wolfheze opgeroepen stellingen in te nemen halverwege Ede en Veenendaal, nabij het Pakhuis en de Kade.
In de nacht van 23 april verplaatste het Leicestershire Bataljon met ondersteunende eenheden zich van Ede naar Walderveen met de bedoeling de Duitsers van daaruit aan te vallen. In de daarop volgende nacht werden Duisters die bij de Klomp waren gelegerd, zwaar onder vuur genomen met het doel de aandacht af te leiden van de werkelijke aanval op Renswoude die de volgende ochtend vroeg plaats vond. ’s Ochtend vroeg rukten de geallieerden op, om zich zo dicht mogelijk bij de Grebbelinie in te graven. In de buurt van Fort Daatselaar, bij de Lunterse Beek, kwam het tot een vuurgevecht met het Duitse 'Harskamp'-regiment. Bij de opmars naar Scherpenzeel stuitte men op een ondermijnde brug over de Lunterse beek. Pas toen de genie de springladingen onschadelijk had gemaakt kon men de beek oversteken. Gegidst door een verzetsstrijder, Kees Lagerwey, maakten Canadese Sherman-tanks en een kleine afdeling infanterie een omweg over de Groeperkade, zodat ze de Duitse opstelling bij de Lunterse Beek van achteren konden aanvallen. Het treffen kostte acht Duitsers, twee Nederlandse SS'ers en vijf Britten het leven. Het plaatselijk verzet verstrekte vervolgens informatie over de Duitse stellingen.
In de nacht van 25 op 26 april vielen 200 Duitsers aan met artillerie en gemotoriseerd geschut. De geallieerden wisten de aanval af te slaan, onder de gesneuvelden Britten aan geallieerde kant bevond zich soldaat M. Holmes en Lt. N.C.W. Rowe, naar wie de brug over de Lunterse Beek werd genoemd.
Op 5 mei was Nederland officieel bevrijd, alleen de frontlijn tussen Lunteren, De Klomp, Ederveen en Veenendaal bleef tot 10 mei bestaan.
In het niemandsland van De Klomp en Ederveen werden Nederlandse vlaggen, die men hier en daar uithing, door de aanwezige SS’ers gesommeerd weer binnen te halen. De SS’ers stelden een uitgaansverbod in waarbij men na 's avonds zeven uur binnen moest blijven. Patrouillerende SS’ers liepen dreigend door de straten, huizen werden doorzocht.
Per ongeluk wordt de Vaartbrug in Veenendaal op 6 mei opgeblazen door lokale SS’ers, twee ervan vonden de dood.
Op 7 mei hadden twaalf man van de Binnenlandse strijdkrachten het plan opgevat een verkenning uit te voeren richting Veenendaal. Bij de buurtsteeg ontmoetten zij een aantal wagens met SS'ers van het 83 e Grenadiers Regiment. Er volgde een heftig vuurgevecht, waarbij drie BS'ers sneuvelden. De SS’ers leden eveneens verliezen en hun frustraties reageerden zij af op de lokale bevolking. Een dag later arriveerden de geallieerde troepen, maar moesten zich terugtrekken vanwege het felle verzet van de SS’ers. De volgende dag arriveerden de geallieerden opnieuw, maar nu vergezeld door vier Shermantanks. Veenendaal moest nog een dacht wachten voordat zij zich bevrijd mochten noemen. De SS, die zich in de Ritmeester Sigarenfabriek had terug getrokken, konden pas op 9 mei worden ontwapend. Terstond werden ze afgevoerd naar Elst.
Nederland was nu echt bevrijd!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten