De bevrijding van Ede


Het Canadese Calgary Regiment maakte met Sherman-tanks deel uit van de Britse “Polar Bear” Divisie die Ede hebben bevrijd. De Britse “Polar Bear” Divisie dankt zijn naam aan het verblijft op IJsland van 1940 tot 1942. Ter nagedachtenis aan  de Canadese tanks en de Britse infanteristen is op 5 mei 1990 de tank onthuld als monument door burgemeester Blanken en twee Canadese veteranen.  


Evert van de Weerd vertelt:

Op 16 april 1945 formeerde het 49e Recce Regiment, bijgenaamd “Polar Bear” divisie, in Arnhem een aanvalscolonne voor de bevrijding van Ede, Bennekom en Wageningen. Deze infanterie-eenheid kreeg steun van Canadese Sherman tanks met het uiteindelijke doel door te stoten naar de Neder-Rijn bij Wageningen, strategisch gelegen bij de Grebbelinie. De volgende  dag zou ook de 56e Brigade optrekken. Met deze aanval moest rugdekking worden gegeven aan de Canadezen bij Otterlo die naar Harderwijk moesten oprukken. Het Royal Scots Fuseliers bataljon ondersteunde de opmars naar Ede.  Het Leicester Bataljon trok vanuit Arnhem op langs de spoorlijn Arnhem-Ede/Wageningen. 
Na de slag om Arnhem waren inmiddels 300 SS’ers naar Ede gevlucht.
De opmars werd vertraagd door de vele wegversperringen die de Duitsers hebben aangebracht op de Arnhemse weg. De opmars vorderde langzaam, waarbij de tanks gebruik  maakten van de bosranden langs de weg. 
Na vijf wegversperringen te hebben opgeruimd, bereikten de geallieerden rond zeven uur ’s avonds restaurant ‘Het Planken Wambuis’. Een Britse tank reed op een mijn, er wordt geschoten. De eerste slachtoffers vallen. Het antwoord van de geallieerden blijft niet uit en de vijand werd het zwijgen opgelegd. Het begon t donker te worden en de commandant besloot de opmars naar Ede te staken.
De tweede aanvalslinie met Infanteriepatrouilles uit Arnhem bereikten die avond de rand van de Ginkelse Heide en overnachtten onder bescherming van tanks die in een egelopstelling stonden  opgesteld. 
Inmiddels was de commandant geïnformeerd dat Ede bezet werd gehouden door zo’n 300 man Nederlandse SS’ers, behorende tot de 34e divisie “Landstorm Nederland”.

Op dinsdagochtend 17 april werd om vijf uur de opmars voortgezet en even voor zes uur bereikten de eerste tanks de oostelijke rand van de Edese Heide. Zij reden in een breed front in de richting van de Traa. Onder dekking van een rookgordijn reden de Shermans in open formatie, en zonder infanterie, in de richting van de westelijke bosrand van de Edese Heide, waarbij 14 SS’ers gevangen werden genomen. De Duitsers hadden de Rijksweg ter hoogte van de Simon Stevinkazerne met een door geweer- en mitrailleurvuur gedekt verdedigingswerk versperd. Vanuit de Stevinkazerne controleerden de Duitsers de heide met mitrailleurs en kanonnen. De tegenstand van de Duitsers was ongemeen fel: de geallieerde aanval was vooraf gegaan door zware bomtapijten, waarbij meer dan 20 SS'ers waren gedood en 50 gewond. Men had verwacht dat de weerstand zou zijn gebroken. Door de felle tegenstand werd de geallieerde opmars enige tijd stilgelegd. Er volgden Britse artilleriebeschietingen, waarna vier Sherman tanks een doorbraak forceerden, gevolgd door “WASP” vlammenwerpers. Het resultaat van deze aanval was 45 doden aan Duitse kant, ruim vijftig SS’ers werden gevangen genomen. Even later stond het hele complex van de Simon Stevinkazerne in brand. De geallieerden betreurden zes doden. Met een tiental buitgemaakte Renault-tanks trokken de Duisters zich terug naar het dorp om vervolgens uit te wijken naar Veenendaal. De bewoners van Ede hadden de schuilkelders opgezocht. 
De Royal Scots Fuseliers verkenden de omgeving en begonnen een zuivering van de omliggende bossen waarbij commandant Campbell dodelijk werd getroffen. Door de aanhoudende beschietingen verloren 4 Edese burgers het leven. Door granaatvuur werd A. van Veldhuizen op de Veenderweg gedood. Molenaar G. Roelofsen, van de Doesburgermolen, werd doodgeschoten door terugtrekkende Hollandse SS’ers die hem voor een “Tommy” aanzagen.   
De Canadese tanks, onder begeleiding van Schotse verkenners, trokken langs de Arnhemseweg en de parallelwegen, zoals de Paaschbergerweg  en burgemeester Prinslaan, langzaam op verder richting het station. 
Bij de kazernes bood de vijand nog enige weerstand maar die was snel gebroken.
Een uitzinnige menigte belette de geallieerden een snelle doorgang naar Bennekom en Wageningen. Bewoners, evacués, leden van de ondergrondse, Britten en Canadezen waren in een uitbundige feeststemming.  
Enkele Duitsers proberen te vluchten op gestolen fietsen, een groot aantal SS’ers uit de Simon Stevinkazernes zijn reservisten die hun burgerkleding nog bij zich hebben. Nadat ze zich hebben ontdaan van hun uniformen, verdwijnen zij in de massa richting Veenendaal.   

Ondertussen is het Britse Leicestershire Regiment, begeleid door Sherman tanks, langs de spoorlijn via Wolfheze opgerukt naar Ede-Zuid. Aanvankelijk ondervond het regiment tijdens hun opmars weinig weerstand en had de opdracht de flanken te verdedigen. Echter, bij aankomst bij de voormalige spoorwegovergang van de Spindersteeg kreeg een tank een voltreffer te incasseren. Infanterist Thomas en tien anderen vonden de dood. De Britten en Canadezen hadden de grootste moeite om de Duitse bezetter tot de terugtocht te dwingen. Bij de gevechten gingen verscheidene boerderijen aan de Schuttersteeg in vlammen op. 
In Ede werden zij herenigd met hun kameraden die via de Amsterdamseweg zijn binnen gekomen. De mannen van het Leicestershire Bataljon werden in scholen en kerken in Ede-noord ingekwartierd. De soldaten van de “Polar bear’ Divisie en de “Dukes” werden in de omgeving van de stationsweg ondergebracht.  Bijna 4.500 militairen kregen die nacht onderdak, meer dan 100 Sherman tanks stonden geparkeerd in de straten Ede. De volgende dag werden de meeste bevrijders uitgezwaaid. Eén eskadron zou permanent in Ede blijven, bij de spoorlijn naar Lunteren.



In de bestrating op het bevrijdingsplein is een bevrijdingsmonument met Maple Leafs aangebracht. Het bestaat uit drie bronzen plaquettes in de vorm van een Maple Leaf. Het monument is nog steeds een stille getuige en verwijst naar de bevrijding van Ede op 17 april 1945 door de 49e Britse  Infanterie Divisie, ondersteund door de Canadese Calgary en Ontario tankbataljons

Geen opmerkingen:

Een reactie posten